Nieuwsgierig luister ik naar de vaccinatiediscussie

Zelf heb ik geen moment getwijfeld. Een prikje om te voorkomen dat je kind een dodelijk ziekte krijgt? Kom maar door, liever eerder dan later. Toen wij onze eerste baby kregen, ruim acht jaar geleden in New York, was vaccineren nog minder het gepolariseerde gesprek van de dag dan nu. Er waren vooral sterke meningen over borstvoeding. De babywinkels hadden er zelfs ‘verboden-voor-flesjes’ stickers op de ramen. Ik kreeg er de neiging van om alleen al daarom mijn kind recht voor hun raam een fles te geven.

De extreme meningen lijken zich verplaatst te hebben naar vaccineren. Met verbazing hoor ik steeds vaker de twijfel, wel of niet prikken. De zeer lage kindersterfte in de huidige Westerse wereld is toch een zegen, waarom zou iemand een stap terug willen? Er circuleren echter verhalen dat vaccinaties soms meer kwaad dan goed doen.

De meest hardnekkige is het idee dat je kind van de BMR-prik, die onder andere de mazelen voorkomt, een verhoogd risico zou krijgen op het ontwikkelen van autisme. De oorsprong is een publicatie in het gezaghebbend tijdschrift The Lancet in 1998, dat een onderzoek beschrijft onder twaalf kinderen met autisme. Bij acht van deze kinderen was de autisme vastgesteld kort nadat ze de BMR-prik hadden gekregen. Dat is alles. Nooit een causaal mechanisme aangetoond. De resultaten zijn meerdere malen weerlegd in veel grotere studies en het Lancet-artikel is officieel teruggetrokken. Maar het idee is niet meer weg te krijgen.

We leven in een tijd waarin kennis en wetenschappelijke cijfers geen meningen gaan veranderen. Van de dagelijkse informatie-tsunami geloven en onthouden we vrijwel alleen datgene dat aansluit bij wat we al vinden en weten. Deze informatie volgt de gebaande paden in ons brein, de verbindingen die we steeds gebruiken en dus al sterk zijn.

De anti-vaccinatiebeweging lijkt een zorgwekkende impasse. Maar we kunnen het ook zien als een collectieve oefening in het ons verplaatsen in andermans perspectief. Hoe moeilijk het voor mij is om het perspectief te zien van anti-prikkers, hoe moeilijk het ook voor hen moet zijn om door de bril te kijken waardoor ik deze kwestie zie.

De vraag is natuurlijk, hoe kunnen we ons meer openstellen voor informatie die niet aansluit bij onze overtuigingen?

Misschien ligt het antwoord in het voeden van nieuwsgierigheid. Door nieuwsgierigheid kan je het ergens volledig mee oneens zijn, maar tegelijkertijd ook een klein beetje benieuwd naar het andere standpunt. Door een recent artikel in De Correspondent kwam ik het werk op het spoor van Yale-hoogleraar Dan Kahan, die onderzoekt of nieuwsgierigheid informatieverwerking objectiever maakt. Hij laat bijvoorbeeld zien dat hoe nieuwsgieriger ondervraagde mensen waren, hoe beter ze risico’s inschatten van opwarming van de aarde, onafhankelijk van hun (vaak gepolariseerde) overtuiging. Nieuwsgierigheid zou de prikkel kunnen zijn om onze hersenen open te stellen voor informatie die anders is.

Als de New Yorkse winkeleigenaar wat nieuwsgieriger was geweest naar de motieven van flesvoeders, had dit mij minder in een hoek gedrukt. Nieuwsgierig vraag ik me toch wel een beetje af wat vaccinatie-twijfelaars nou echt beweegt.

Deze column verscheen eerder in Bionieuws